Petra
Petra Zwangerschap 14 sep 2019

Zo weet je of je pasgeboren baby voldoende groeit

Kleine baby’tjes kunnen net zo gezond zijn als grote baby’tjes. Het belangrijkste is dat je kindje een gelijkmatige groei laat zien. Daarom is het handig om te weten hoe je kunt zien of je kindje voldoende groeit, of wanneer hij wel wat ondersteuning kan gebruiken.

De groeicurve

Tijdens je zwangerschap, leefde je je waarschijnlijk van echo naar echo. Nu je kleine is geboren, heeft de groeicurve alle aandacht. Groeit hij of zij goed, zit hij boven of onder het gemiddelde? Om je gerust te stellen: de meeste baby’s groeien gewoon zoals dat zou moeten.

Groei dag 1 tot 14 na de geboorte

In de eerste dagen na de bevalling verliest je baby wat gewicht. Dat is niet erg, want bij de geboorte weegt je kindje extra doordat ze extra water in hun lichaam hebben. Dit water is nodig om de periode tot het moment waarop de borstvoeding op gang komt goed te overbruggen. De eerste dagen geeft je lichaam allen colostrum af. Dit is een voedingsrijke substantie en is het enige wat je kleine die eerste dagen nodig heeft. Twee tot vijf dagen na de geboorte moet de borstvoeding voldoende op gang zijn gekomen. Vanaf dat moment zal het gewicht van je baby ook weer gaan toenemen. Binnen 10 tot 14 dagen na de bevalling zal hij of zij weer op het geboortegewicht uitkomen. Dit proces wordt goed in de gaten gehouden. Tijdens de kraamweek wordt je kindje dagelijks gewogen. Daarna volgen er regelmatige controles bij het consultatiebureau.

Verschil tussen borst en fles

Baby’s die de fles krijgen hebben vaak minder moeite met groeien dan baby’s die borstvoeding krijgen. Bij flesvoeding loop je zelfs kans dat je kindje té snel in gewicht toeneemt, doordat flesvoeding geconcentreerder is dan moedermelk. Ook heb je bij de fles sneller de neiging om je kindje te blijven voeden totdat de fles leeg is, terwijl je kindje misschien eigenlijk al eerder vol is. Let goed op zijn lichaamstaal. Wanneer je kleine voldoende heeft, zal hij z’n hoofdje van de fles afduwen.

Info uit een poepluier

De eerste drie dagen na de bevalling bestaan poepluiers uit meconium. Dit is zwarte, plakkerige afscheiding. Daarna moet de stoelgang gaan veranderen. Bij borstvoeding wordt de ontlasting gelig en zacht. Bij flesvoeding wordt de ontlasting steviger en donkerder. Verandert de ontlasting niet? Dan kan het zijn dat je kleine onvoldoende voeding krijgt.

Een hele stapel

Na de geboorte heeft je baby meestal één poepluier per dag. Dat aantal neemt binnen een paar dagen toe tot drie. Uiteindelijk kunnen het wel 12 (!) poepluiers worden, in die eerste weken. Ook het aantal plasluiers neemt snel toe. Van twee net na de geboorte, tot zes tot acht keer aan het eind van de eerste week. Dat wordt dus flink wat luiers verschonen! Heb je het idee dat je kindje te weinig plast of poept? Geef dit dan aan op het consultatiebureau.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

babyvoetjes

De groeicurve begrijpen

Ieder kind ontwikkelt op eigen wijze. Zit je kleine qua groei standaard net onder het gemiddelde, maar vertoont die groei wel een mooie, opgaande lijn? Dan hoef je je nergens zorgen over te maken. Anders is het wanneer je kindje opeens een flinke daling in die curve vertoont. De arts zal dan kijken of er problemen zijn, zoals het binnenkrijgen van te weinig voeding. Het kan zijn dat je kleine prima eet, maar dat er door bijvoorbeeld een voedselallergie geen sprake is van goede groei.

6 Oorzaken van onvoldoende groei

Er kunnen allerlei oorzaken zijn waardoor je baby onvoldoende groeit. Het kan alleen best lastig zijn om te ontdekken wat het probleem is. We zetten een aantal veel voorkomende op een rijtje.

1. Te weinig voedingen

Pasgeborenen moeten ongeveer iedere 2,5 uur een voeding krijgen. Dat is grofweg zo’n 12 keer per 24 uur. Het kan zijn dat je kindje erg moe is na de bevalling en daardoor door blijft slapen. Advies is dan toch om je kleine wakker te maken voor de voeding, zeker wanneer je borstvoeding geeft. Wanneer je kindje niet vaak genoeg aanlegt, zal de borstvoeding namelijk niet goed op gang komen. Daardoor krijgt je kindje te weinig voeding, wordt daardoor nog vermoeider en zal vervolgens nog moeilijker wakker zijn te krijgen. Kietel je kindje onder de voetjes, om hem of haar wakker te houden, zodat hij blijft drinken. Valt hij toch weer in slaap. Haal hem dan even van de borst af, probeer hem weer wakker te maken en leg hem weer aan.

2. Je legt je kleine niet goed aan

Het kan best lastig zijn om er achter te komen hoe je je kindje het beste aan de borst kunt leggen. Het is echter wel heel belangrijk om dat te onderzoeken. Wanneer je kindje niet op de juiste manier kan drinken, krijgt hij of zij te weinig voeding binnen en loop je zelf kans op pijnlijke borsten. Vraag de kraamverzorgende om hulp. Er zijn ook speciale lactatiedeskundigen die je op weg kunnen helpen.

3. Een te kort tongriempje

Bij ongeveer vijf procent van de baby’s is het tongriempje korter dan normaal. Dit riempje verbindt de tong met de mond. Wanneer het te kort is, maakt dit het bewegen van de tong lastig. Drinken wordt hierdoor dan ook belemmerd. Bij het consultatiebureau kan onderzocht worden of er sprake is van deze aandoening. Het is overigens een grotere belemmering bij borstvoeding dan bij flesvoeding. Baby’s met een kort tongriempje kunnen meestal prima drinken uit de fles. Toch is het ook dan belangrijk dat er iets aan gedaan wordt, omdat deze aandoening op latere leeftijd spraakproblemen kan veroorzaken.

4. Slordig afmeten van flesvoeding

Ouders voegen nog wel eens extra water toe aan de flesvoeding, omdat ze bijvoorbeeld denken dat de baby anders last krijgt van verstopping. Tip: doe dat niet! In water zitten niet de calorieën die je kindje wel nodig heeft om te groeien. Houd je dus aan de voorschriften die je terug kunt vinden op het pak of blik.

5. Je kindje is vroeg geboren

Baby’s die worden geboren tussen de 34 en 37 weken zwangerschap, hebben soms problemen met borstvoeding. De hersens zijn nog niet volledig ontwikkeld, het zenuwstelsel is ook nog niet compleet en ook hun spierkracht kan achterblijven. Dit maakt zuigen, slikken en ademen tijdens het voeden een stuk lastiger. Een combinatie van voeden, kolven en bijvoeden met flesvoeding kan helpen. Een lactatiedeskundige die gespecialiseerd is in prematuurtjes kan je hierbij helpen.

6. Je kleintje heeft reflux

Het is heel normaal dat je kindje na een voeding wat melk teruggeeft. Te veel spugen kan echter een teken zijn van reflux. Dan is het belangrijk om je kindje in een rechtopstaande positie te voeden en hem of haar na de voeding vaker te laten boeren. Gelukkig groeien de meeste baby’s op eigen kracht over reflux heen, ergens tussen de leeftijd van 1 tot 18 maanden.

Reageer op artikel:
Zo weet je of je pasgeboren baby voldoende groeit
Sluiten