Petra
Petra Bevalling 10 aug 2019

8 mogelijke complicaties tijdens en na je bevalling

Gelukkig gaat het meestal goed, maar tijdens en na de bevalling kunnen er complicaties optreden. Het kan prettig zijn om van tevoren te weten wat die eventuele complicaties kunnen zijn. Overigens zijn er ook vrouwen die dat allemaal liever helemaal niet weten. Daar zit wat in; het komt zoals het komt. Toch kan het zijn dat je je wat minder overvallen voelt als het mis gaat, wanneer je daar een beetje op voorbereid bent. Daarom: 8 mogelijke complicaties tijdens en na de bevalling.

1. Navelstreng om nek

In de laatste maanden van de zwangerschap is de navelstreng gemiddeld 50 centimeter lang. Tijdens de bevalling komt je kindje in beweging en daardoor kan hij of zij in een lus van de navelstreng terecht komen. Dat kan om een enkel, een armpje, maar ook om de nek van het kindje. Dat klinkt eng, want je denkt waarschijnlijk direct aan de kans op verstikking. Buiten de baarmoeder zou die kans er inderdaad inzitten, maar in de buik ademt je kindje nog niet via de longen. De reden dat die als complicatie wordt gezien, is het feit dat de navelstreng minder goed zal functioneren als deze in een lus of knoop ligt. Wanneer de navelstreng onvoldoende werkt, kan er zuurstofgebrek ontstaan. Daarom zal een verloskundige of gynaecoloog altijd even voelen waar de navelstreng zich bevindt. Een eventuele lus wordt er dan voorzichtig uitgehaald. Zo voorkom je zuurstoftekort en verklein je het risico op scheuren van de navelstreng.

2. Schoudertje zit vast tijdens bevalling

Tijdens de bevalling kan een schoudertje van je baby blijven hangen achter je schaambot. Er is dan sprake van een schouderdystocie. De verloskundige of gynaecoloog kan proberen je kindje goed te draaien, zodat de bevalling alsnog weer verder kan. Deze handeling is alleen niet altijd voldoende. Vaak wordt dit dan een kunstbevalling, waarbij je kindje met een tang of vacuümpomp geholpen wordt bij de geboorte. In het uiterste geval zal er een spoedkeizersnede noodzakelijk zijn.

3. Uitzakken navelstreng

Normaal gesproken komt eerst je kindje ter wereld, en komt daarna de navelstreng pas naar buiten. In ongeveer 1 op de 1000 gevallen gebeurt dit echter in omgekeerde volgorde. Wanneer de navelstreng al naar buiten komt, neemt de kans op beknelling toe. Door de beknelling van die navelstreng is er een grotere kans op zuurstoftekort bij je kindje. Het is daarom in zo’n situatie belangrijk dat je kindje snel ter wereld komt. Daarom zal in de meeste gevallen gekozen worden voor een spoedkeizersnede.

4. Vruchtwaterembolie

Heel soms ontstaan er scheuren in de vliezen waarin je kindje nog zit én scheurtjes in de bloedvaten van baarmoeder of baarmoederhals. Er komen dan grote hoeveelheden vruchtwater in het bloed van de moeder terecht. Dit is levensbedreigend. Door het vruchtwater ontstaan bloedpropjes die de aderen afsluiten, waardoor via de baarmoeder enorm veel bloedverlies kan ontstaan. Als er sprake is van deze aandoening zal de moeder tijdens de bevalling opeens symptomen laten zien als een versneld hartritme, een sterk dalende bloeddruk, benauwdheid, bewusteloosheid of zelfs een hartstilstand krijgen. Helaas is er geen methode om vruchtwaterembolie te voorkomen. Er zijn wel situaties waarin de kans op deze aandoening groter lijkt, bijvoorbeeld wanneer een moeder al veel vaker is bevallen, of wanneer de vliezen kunstmatig gebroken worden.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

zwangere vrouw in park

5. Sterrenkijkertje

Voor de bevalling is het belangrijk dat je kindje in de juiste houding komt te liggen. Dat wil zeggen dat je kindje met het hoofd richting baarmoedermond komt te liggen, waarbij hij of zij naar achteren (richting je rug) kijkt. Baby’s liggen alleen niet altijd goed voor de bevalling. Een sterrenkijkertje ligt wel met het hoofdje naar beneden, maar kijkt hij of zij omhoog. Deze houding maakt de bevalling meestal lastiger. In sommige gevallen is uiteindelijk een spoedkeizersnede nodig. Ook andere houdingen kunnen uiteindelijk resulteren in een stuitligging. Zo zal je bij een stuitligging, waarbij je kindje met de billen naar beneden ligt, altijd moeten bevallen in het ziekenhuis. Het kan zijn dat uit voorzorg al direct voor een keizersnede gekozen wordt, om complicaties te voorkomen.

6. Instulping baarmoeder

Zo’n bevalling vergt veel van je lijf. Ook je baarmoeder kan hier onder lijden. Normaal gesproken wordt je kindje geboren, en blijft de baarmoeder keurig op zijn plek. Heel soms ontstaat er echter een instulping van de baarmoeder. Dat betekent dat de baarmoeder binnenstebuiten naar de baarmoederhals zakt, of zelfs helemaal naar buiten schuift. De oplossing is gelukkig relatief simpel: de gynaecoloog duwt de baarmoeder weer op de juiste plek.

7. Veel bloedverlies na bevalling

Het loslaten van de placenta van de baarmoederwand zorgt voor een wondje, dat een tijd kan nabloeden. Daarom is (kraam)verband in die eerste periode na de bevalling onmisbaar. Gelukkig trekt je baarmoeder vanzelf weer samen, waardoor het bloedverlies beperkt blijft. Wanneer je baarmoeder echter niet voldoende samentrekt, kan er sprake zijn van hevig bloedverlies. In plaats van een bloedverlies van gemiddeld een halve liter, kan je dan wel meer dan een liter bloed verliezen. Om ervoor te zorgen dat de baarmoeder toch samen gaat trekken, kan de baarmoeder gemasseerd worden. Ook een infuus met oxytocine kan helpen. Werkt dit niet afdoende? Dan kan een injectie met prostaglandinen vaak wel zorgen voor het gewenste effect. Goed om te weten: het geven van borstvoeding zorgt voor een betere samentrekking van je baarmoeder. Door je kindje de eerste dagen regelmatig aan te leggen, zal je merken dat je baarmoeder snel weer de normale grootte terugkrijgt.

8. Ontsteking baarmoeder

Tijdens de bevalling kunnen bacteriën en andere ziekteverwekkers makkelijk je lichaam binnendringen. Hierdoor kunnen verschillende ontstekingen ontstaan, waaronder een ontsteking van de baarmoeder. Klachten hiervan ontstaan meestal tussen de derde en zesde dag na je bevalling. Je hebt van last van koorts en een stinkende afscheiding. Ook kunnen misselijkheid, hoofdpijn en pijn de onderbuik tot de symptomen behoren. Bij een baarmoederontsteking wordt vaak even afgewacht of de klachten vanzelf verdwijnen. Indien nodig krijg je antibiotica. Ook kan via een echo gekeken worden of er misschien placentaresten in de baarmoeder zitten die de ontsteking veroorzaken. Via curettage kunnen deze resten verwijderd worden. Wanneer de oorzaak van de ontsteking is verwijderd zal herstel sneller gaan.

Reageer op artikel:
8 mogelijke complicaties tijdens en na je bevalling
Sluiten